Taal en literatuur

Causerie "Lettergeknetter" door dhr. Joris Denoo


Joris Denoo (digi-afko: Sjors DNO) presenteert u zijn anderhalfuurprogramma waarin de letteren knetteren, warme woorden gewikt en bevlogen worden en het publiek zijn zinnen krijgt. Hooikoorts, salmonella, kerstkoorts, paaseierensmelting, engelen, vreemde voorvallen, verloren voorwerpen, gewelddadige schildpadden, slimme kiekens: het kan allemaal de revue passeren in proza en poëzie, column en sneldicht, interactief met het publiek via taalspellen..

Joris Denoo publiceerde poëzie, proza, theaterteksten, essays, columns en jeugdboeken. Hij won er meer dan dertig literaire prijzen mee en gaf in de loop der jaren 700 voordrachten voor jong en oud in bibs, op scholen, in zalen en in culturele centra. Hij was redacteur van het bekende literaire tijdschrift Yang. Hij sprokkelde onlangs 888 fragmenten uit het wereldproza samen waarin het waait en/of regent. Dat wordt een stevige collectie boze buien.

Hij is gepokt en gemazeld in en door de letteren. Hij ment niet minder dan acht literaire blogs op het internet, was een van de eerste Vlaamse auteurs met een webstek en schreef columns voor theatermagazine OpenDoek, Lerarenforum en KR-redactie. Anderhalf decennium lang deed hij dit ook voor de Krant van West-Vlaanderen. Onlangs tekende hij ook voor de film ‘Tine. Een mokkel van haar sokkel’ t.g.v. een halve eeuw Tinekesfeesten Heule. Anno 2017 verschijnen van zijn hand ‘Verlichte gedichten’ (over omgaan met poëzie, voor jongeren en hun opleiders, uitgeverij Acco Leuven/Den Haag) en ‘Zwaartekracht’ (een bundel gedichten bij uitgeverij Kleinood & Grootzeer Bergen-op-Zoom). In 2018 brengt uitgeverij Bibliodroom een speciaal boek uit t.g.v. de 65ste gedenkdag van de auteur en oud-docent Taal VIVES.

Over en uit al dat fraais en over zijn avonturen met de inlandse letterkunde vertelt hij en leest hij smakelijk voor tijdens een anderhalf uur durend programma. Je gelooft je eigen oren niet.

Donderdag 19 oktober 14u30, VLC De Geuzetorre, Kazernelaan 1, Oostende

GRATIS TOMBOLA: 2 EXEMPLAREN VAN DE WINNAAR VAN DE BRONZEN UIL

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------


Cursus dialectologie - "De oorsprong van gemeentenamen" door Prof. Magda Devos


Waar komen onze gemeentenamen vandaan?

Al sinds onheuglijke tijden geven mensen namen aan de plaatsen uit hun dichte of verdere omgeving.  Plaatsnamen of toponiemen zijn vaste verwijzers naar plekken in het landschap, ze maken het de mens mogelijk zich te oriënteren in de ruimere wereld.  Voor het modern taalgevoel zijn plaatsnamen net zoals alle eigennamen betekenisloze etiketten:  bij het gebruik van bv. de namen Ieper, Kortrijk of Anzegem vragen we ons geen ogenblik af of daar betekenisdragende woorden achter schuilen;  we denken alleen aan die ene stad of die ene gemeente, die nu eenmaal zo heet.

Toch gaan al onze plaatsnamen terug op elementen uit de gewone woordenschat die gangbaar was op het moment van hun ontstaan.  Namen waren dus ooit zinvolle, beschrijvende uitdrukkingen.  Naamsverklaring houdt in dat we de woorden en woorddelen waaruit de naam is opgebouwd identificeren en op die manier doordringen tot de oorspronkelijke (of “etymologische”) betekenis van de naam.  Die bevat informatie over de plaats zelf op het moment van de naamgeving.  Vandaar dat toponiemen niet alleen taalkundigen interesseren, maar ook historici.  Voor de bewoningsgeschiedenis in de oudste tijden vormt de toponymie tezamen met de archeologie veelal de enige kennisbron.

Toponiemen verklaren is geen gemakkelijk opdracht want ze zijn veelal erg oud, ze bevatten woordmateriaal uit historische taalstadia, die vaak erg ver van het modern Nederlands verwijderd liggen.  De moderne naamsvorm is dan ook dikwijls misleidend: de naam Zomergem heeft niets te maken met het zomerseizoen, in Bellingen en Schellebelle  rinkelden niet méér bellen dan elders;  Aartrijke houdt noch met aarde, noch met rijkdom verband, evenmin als Bekegem met Bovekerke met een hoge ligging of Kaaskerke met kaas.  En Denderwindeke verwijst noch naar de wind, noch naar een “eek” of eik.  Om tot een enigszins betrouwbare verklaring te komen, moet je dus uitgaan van de oudste vormen van de naam, zoals die in historische documenten zijn opgetekend.

De cursus is een historische verkenning van de verschillende plaatsnaamtypes in onze streken, vanaf de voorhistorie tot in de late middeleeuwen.  Het verhaal wordt rijk geïllustreerd met voorbeelden uit Vlaams-België in het algemeen en de streek waar de cursus plaatsvindt in het bijzonder.

De lesgever van dienst is niemand minder dan  prof. dr. Magda Devos.  Zij is ere-professor van de Universiteit Gent.  

Vóór haar pensioen was ze hoofddocent in de Nederlandse taalkunde en gaf ze les aan de studenten in de opleiding Nederlands.  Ze doceerde verschillende vakken, o.m. Nederlandse grammatica, historische grammatica, dialectologie en naamkunde.  Dr. Magda Devos was tevens promotor en redacteur van het Woordenboek van de Vlaamse Dialecten, UGent.

Wil je weten waar onze gemeentenamen vandaan komen?

Kom dan de cursus bijwonen die het Willemsfonds en het Dialectgenootschap samen organiseren.

Praktische informatie:

De cursus omvat 2 sessies van twee uur van 18.30u tot 20.30 u.

Cursusdagen: maandag 16 en maandag 23 oktober 2017.

Locatie:  Hotelschool Ter Duinen  Houtsaegerlaan 40 8670 Koksijde(dorp).

Deelnemers die met trein of tram komen kunnen opgehaald worden ofwel in het station van Koksijde ofwel aan de tramhalte in Koksijde Bad.

 

Kostprijs: € 30 voor leden van het Willemsfonds en/of het Dialectgenootschap.

                € 35 voor niet-leden.

De kostprijs omvat de twee sessies, een syllabus en een koffie, thee, water of een biertje.

Deelname kan door overschrijving van de kostprijs op rekeningnummer BE55 0015 7919 3544 van het Willemsfonds Kunst-Wijs. De plaatsen zijn beperkt. De snelste betaler maakt de grootste kans er bij te zijn! Inschrijven vóór 20 september 2017.

Voor meer informatie kan je terecht bij Suzy Feys, 058/31 20 85 of op suzwil@skynet.be.

 

 

 

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Wat voorbij is.......
T
oneel

Voor de 5de maal organiseerden de “Blauwe verenigingen” samen een activiteit. Deze 5de Blauwe Maandag ging door op maandag 12 juni.

 

Vief Kwiek, Open VLD Vrouwenbond en Willemsfonds Oostende brachten de voorstelling van de eenakter “Weerzien” van Eddy Van Ginckel.

Productie Reizend theater Paljas.

 


Na het grote succes van "Afscheid" brengt dezelfde ploeg een tweede pareltje. "Weerzien" is sprankelend, verrassend en opnieuw zeer herkenbaar en uit het leven gegrepen.

Walter Vermeiren (Raymond de Bruyne) ontmoet Jos Laenen (Gerd de Ley), die hij sinds zijn schooltijd niet meer terug zag. Ze zaten zes jaar samen in dezelfde klas, maar ze waren geen vrienden. Integendeel!

Voor Walter is het een pijnlijke confrontatie met de pester van destijds, die nu, zoveel jaar later, als een boemerang terug in zijn leven opduikt.

Een stuk over pesten, discriminatie, verdraagzaamheid, vriendschap, vreugde en verdriet, gelardeerd met een flinke dosis fijne humor.

Het doet ieder van ons even stilstaan bij de invloed die mensen al dan niet bewust op elkaar uitoefenen.



Causerie 
Emile Verhaeren - Veerman
 

Koen Stassijns, dichter-vertaler en bloemlezer stelt zijn boek “Veerman” voor. Deze

bloemlezing bevat gedichten uit alle bundels die Emile Verhaeren publiceerde tijdens zijn leven en biedt een representatief overzicht van alle grote gedichten die Emile Verhaeren ooit schreef. Ruim 60 % van deze gedichten zijn nog nooit in het Nederlands vertaald.

Emile Verhaeren was een Vlaming, in hart en nieren, en heeft dat in zijn poëzie telkens weer warmhartig verwoord. Er bestaat geen enkele dichter die zo liefdevol over Vlaanderen heeft geschreven. Dat hij deze verzen in het Frans schreef, is enkel het gevolg van het tijdssegment en het sociale milieu waarin hij geboren werd (in 1855).

 

 
 donderdag 13 oktober 14u30 - VLC De Geuzetorre -

-----------------------------------------------------------------------------------
Cursus dialectologie - "Etymologie" door Dr.Roxane Vandenberghe
 

Waar komen woorden en uitdrukkingen eigenlijk vandaan?

Pupegale ‘kruiwagen’, jutekako ‘schommel’, pimpampoentje ‘lieveheersbeestje’, tussenterwe ‘mais’, het mesandt niet ‘het geeft niets’, favrienen ‘bakkebaarden’, patrieken ‘piekeren’ … elke dag gebruiken we tientallen sappige woorden en uitdrukkingen die ons dialect zo uniek maken.

Waarom bijvoorbeeld wordt een lieveheersbeestje een pimpampoentje genoemd of mais tussenterwe?

In deze vorming proberen we daar een antwoord op te geven… aan de hand van aanschouwelijke woordkaarten leggen we de basisprincipes van de etymologie uit – dat is de tak van de wetenschap die de herkomst van de woorden bestudeert – en geven we een verklaring voor de manier waarop enkele typisch Westhoekse woorden tot stand zijn gekomen.

De lesgever van dienst is niemand minder dan  Doctor in de Taal- en Letterkunde: Germaanse talen, Roxane Vandenberghe. 

Zij is geboren in Veurne en opgegroeid in Adinkerke.  Afgestudeerd aan de Universiteit Gent als licentiaat Germaanse Filologie Nederlands-Engels.

Gedoctoreerd in 2006.  Is taalkundige, gespecialiseerd/geïnteresseerd in dialectologie en historische taalkunde.  Is momenteel onderwijsbegeleider/lesgever aan de opleiding Twee Talen aan de Ugent en tegelijk redacteur van het Woordenboek van de Vlaamse Dialecten.

Wil je ook meer weten waar sappige woorden en uitdrukkingen hun oorsprong vinden?

Kom dan de cursus bijwonen die het Willemsfonds en het Dialectgenootschap samen organiseren. 


--------------------------------------------------------------------------------------------------------
Lezing

Eric De Kuyper en zijn Oostende
 

Met Aan zee begon de bekende cyclus die schrijver en filmregisseur Eric de Kuyper aan zijn kinderjaren wijdde. Vorig jaar werd het eerste deel heruitgegeven door uitgeverij Vantilt. De Kuyper beschrijft zijn jeugd, toen het traditie was om de zomer in Oostende door te brengen, hij haalt herinneringen aan deze vervlogen tijden op. Deze avond staat volledig in het licht van zijn literaire werken over zijn Oostende.

Woensdag 19 oktober, 20u - De Geuzetorre, Kazernelaan 1, 8400 Oostende

Inkom: 5 euro

Een organisatie van: Masereelfonds, Vermeylenfonds, Vrijzinnig Laïciserend Centrum, Willemsfonds




--------------------------------------------------------------------------------------------------------
  
Toneel
  

"Karel. Luitenant van Belgie" door Onno Van Gelder

 

17 juli 1951. Kroonprins Boudewijn legt weldra de eed af als nieuwe koning. Karel van Vlaanderen, oom van de kroonprins en bijna zes jaar lang Prins-Regent van België maakt zich los uit de armen van zijn minnares. Vol bitterheid over de manier waarop zijn familie hem opzij heeft geschoven na de kortstondige terugkeer op de troon van zijn broer Leopold III maakt hij zich klaar om de heuglijke ceremonie bij te wonen. Nu de geschiedenis zijn broer in het ongelijk heeft gesteld, hoopt hij eindelijk de erkenning te krijgen die hij verdient 'pour avoir sauvé le brol'. Ondertussen vertelt hij aan zijn nieuwsgierige bedgenote het verhaal van zijn regentschap en de moeilijke relatie met zijn broer en moeder.

 

“Schaduwmoeder” , van Kathelijn Vervarcke – een stuk van vzw De Dakbroeders ( historisch toneel).

Een eenakter- monoloog.

In het stuk over de geschiedenis van Oostende tijdens de Duitse bezetting maken we kennis met een volksvrouw. Moeder Triene, gespeeld door Hilde Veulemans, zit vanuit haar hotel op de dijk tussen twee werelden geprangd: die van de Duitse ingekwartierde officieren en die van de arme Oostendenaars aan de achterdeur van het hotel.

 --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Cursus dialectologie - "Fonetica en fonologie" door Prof. Jacques Van Keymeulen
  

Wil je ook meer weten over taal en dialecten?

Kom dan de cursus bijwonen die het Willemsfonds en het

Dialectengenootschap samen organiseren.

Een wetenschappelijke uiteenzetting over twee verwante wetenschappen: de fonetica en de fonologie, meer bepaald articulatorische fonetica en transformationele fonologie.

De articulatorische fonetica is een exacte wetenschap die beschrijft hoe klanken door de spraakorganen worden gevormd. Er zal uitgelegd worden wat klinkers, tweeklanken, medeklinkers en glijders zijn. De uitleg wordt gedaan aan de hand van het klanksysteem van het Standaardnederlands; direct beginnen over dialect is te moeilijk, al wordt zoveel mogelijk het West-Vlaamse dialect bij de uitleg betrokken.

De fonologie is een geesteswetenschap en behandelt de manier waarop we de klanken psychisch waarnemen. Er wordt uitgelegd hoe een foneeminventaris wordt gemaakt aan de hand van zgn. minimale woordparen.

De /t/ en de /d/ zijn fonemen in het Nederlands omdat we het minimale woordpaar 'dak' en 'tak' kunnen maken, twee woorden die enkel door de afwisseling van d en t van betekenis verschillen. Daarnaast wordt de zgn. Fonotaxis besproken.

Fonotaxis is de manier waarop fonemen in het Nederlands gecombineerd kunnen worden: de combinate /spl-/ is in het Nederlands mogelijk (bijv. in het woord splitsen), maar de combinatie /pstr-/ niet (maar bijv. in het Pools wel). Verder wordt kort uitgelegd wat oppervlakte- en dieptestructuren zijn bij fonologische regels.

De professor van dienst is niemand minder dan  Prof. dr. Jacques Van Keymeulen.  Hij is licentiaat in de Germaanse Filologie, licentiaat in de Geschiedenis en doctor in de Letteren en Wijsbegeerte.

Zijn mening over de cursus:  Enfin, ik besef dat het bovenstaande allemaal erg geleerd klinkt, en misschien mensen afschrikt, maar misschien ook mensen aantrekt die ook eens 'harde wetenschap' willen horen. Ik ben gewend om die zaken uit te leggen aan studenten van de 2de bachelor, die geen enkele voorkennis hebben.


 

Comments